Amsterdam heeft cyberhup nodig voor cyberveiligheid

Amsterdam heeft cyberhup nodig voor cyberveiligheid

28-10-2026 (13:27) - Tech

De afgelopen weken hoor je het steeds vaker: cyber-dreiging die bedrijven, overheden en burgers in spanning achterlaat. We zagen een hack van de Albert Heijn en ook de mogelijke gevaren in de PHP-programmeertaal die overheidssites voor uren platlegde.

Het Parool publiceerde vandaag een artikel over Amsterdam en dat zag er niet rooskleurig uit. Andere steden, zoals Den Haag en Breda, sloegen de armen al ineen als regionale kenniscentra voor cyberveiligheidskennis van burgers, bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen. Amsterdam blijft voor nu achter. Dat terwijl de stad een leidende positie heeft in de techsector in Europa en zeker in Nederland.

Er moet een cyberhup komen. Een plek die alle kennis bundelt, als vraagbank dient en als waarschuwer optreed. Herbert Bos, hoogleraar beveiliging van computersystemen aan de Vrije Universiteit noemt het onbegrijpelijk dat de stad, die door de cruciale technologische infrastructuur het belangrijkste doelwit vormt voor cyberaanvallen, dit nog niet heeft. Bovendien wordt er nog te veel geleund op Amerikaanse bedrijven. Nederlandse en Europese alternatieven ontbreken. In de hup moeten nationale ingewikkelde cybervraagstukken duidelijk worden gemaakt voor de regionale bevolking.

Breder dan anderhalve ambtenaar

‘De afstand van nationale instellingen tot de doelgroep is vaak te groot. Veel dreigingsinfo is relevant voor kleine ondernemers zoals nu de PHP-kwetsbaarheden. Alleen staan die niet op de radar van de Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC),’ aldus Herbert Bos. ‘De meeste mkb’ers weten niet eens wat PHP is. Ze weten niet wie ze moeten bellen als er problemen zijn.’ Hierin moet de overdracht breder zijn dan enkel de overheid, terwijl die wel een cruciale rol speelt. Mede voor de financiering. Volgens Bos hoeft het al met al geen fysieke plek te zijn. Eerder moet het dienen als verbond van mensen die erbovenop zitten. ‘breder dan anderhalve ambtenaar’.