
Waarschuwingslabels maken lezer kritischer, ook bij correcte informatie
Mensen denken vaak dat een groot deel van hun dagelijkse nieuwsconsumptie uit desinformatie bestaat. Wetenschappelijk onderzoek laat echter zien dat de daadwerkelijke blootstelling aan desinformatie lager lijkt te liggen. Hoe kan dat verschil zo groot zijn? Dat is de centrale vraag in het proefschrift van communicatiewetenschapper Lina Buttgereit van de UvA.
Volgens Buttgereit kijken onderzoekers vaak vooral naar de inhoud van desinformatie: klopt een bericht wel of niet? Maar daarmee missen ze een belangrijk deel van het verhaal. ‘Het probleem met desinformatie is niet alleen de inhoud van onjuiste informatie, maar ook hoe we over informatie praten, wie feiten mag vaststellen en welke ideeën mensen zelf hebben over wat desinformatie eigenlijk is’, zegt ze. ‘Mensen denken dat tot 50 procent van het nieuws dat ze zien desinformatie is, terwijl onderzoek meestal uitkomt op ongeveer 1 tot 6 procent’, vertelt Buttgereit. ‘Dat verschil vond ik heel interessant.’
Drie gezichten van desinformatie
Buttgereit ziet desinformatie als driedimensionaal en gaat over
1. de inhoud van de boodschap
2. het debat over termen als “nepnieuws” en het onterecht labelen van informatie en bronnen als zodanig
3. hoe burgers die informatie ervaren
Die brede blik is nodig, omdat mensen door polarisatie het steeds minder eens zijn over wat een feit is. Desinformatiebeschuldigingen gaan daarom vaak niet alleen over fouten in berichtgeving, maar ook over wantrouwen, politieke voorkeuren en de vraag wie nog geloofwaardig is.
WhatsApp als onderzoekslaboratorium
Voor een van de studie deed Buttgereit onderzoek via Whatsapp. Bijna zevenhonderd deelnemers uit Nederland en Duitsland kregen de opdracht om tijdens hun dagelijkse online activiteiten screenshots te sturen van berichten die zij als desinformatie beschouwden. Vervolgens beantwoordden zij via WhatsApp korte vragen over wat ze zagen en waarom ze het onbetrouwbaar vonden. In totaal leverde dat rond de 3.000 meldingen op. ‘Zo kon ik zien wat mensen écht tegenkomen in hun dagelijks leven’, zegt Buttgereit. ‘Je hebt weinig controle als onderzoeker, maar je ziet veel beter wat mensen daadwerkelijk zien.’
Waarschuwingslabels werken
In een derde studie onderzocht Buttgereit wat er gebeurt wanneer sociale mediaplatforms berichten voorzien van waarschuwingen, zoals community notes. Het goede nieuws: zulke labels maken mensen kritischer. Het minder goede nieuws: dat effect treedt ook op wanneer een bericht wél klopt. ‘Mensen vinden informatie minder geloofwaardig als er zo’n label bij staat’, zegt Buttgereit. ‘Maar dat gebeurt ook bij juiste informatie. Als er onder een correct nieuwsbericht staat dat het mogelijk niet klopt, dan denken mensen ook: dan zal het wel niet kloppen.