
Ongeremd #5 – 'Ik wil beter worden in verder niets meer willen'
Weet je nog hoe het was om zeven te zijn? Onbevangen denken, grenzeloos doen. Overal kansen zien waar volwassenen problemen zagen. In deze serie van Kaliber en Fonk gaan we op zoek naar mensen die dat gevoel nooit zijn kwijtgeraakt. In de vijfde aflevering spraken we met Freek Wessels, oud-CFO van Tony's Chocolonely en mede-eigenaar van Johnny Cashew, met een voet die zelden van het gaspedaal gaat.
Freek Wessels leerde het vak bij Heineken. Na een reis om de wereld besloot hij één ding: hij werkt alleen nog voor bedrijven die ergens voor staan. Dus werd hij CFO bij Tony's Chocolonely en begeleidde hij de groei van 10 naar 150 mensen. Daarna stapte hij in bij Johnny Cashew, een merk dat een simpele maar ongeremde vraag stelt: “Waarom reist een cashewnoot eerst van Afrika naar Azië om gepeld te worden, voor hij in een Nederlandse supermarkt belandt?” Die omweg van 12.000 kilometer is nergens voor nodig.
Van een kop koffie naar mede-eigenaar
Het begon met een telefoontje. Freek was net weg bij Tony's toen Hayo de Feijter en Roel van de Weijer, de oprichters van Johnny Cashew, via via aan zijn nummer kwamen. Ze waren tijdens corona begonnen, na Hayo's jaren in Tanzania, en hadden inmiddels een keten en een eerste klant: Lidl. "Zij hebben de ballen gehad om met twee idioten in zee te gaan." Nu zochten Hayo en Roel een adviseur voor een investeringsronde. "Toen dacht ik: waarom ook niet, weer eens wat anders." Ze spraken af voor koffie. Die koffie werd een biertje. "En dat biertje is uiteindelijk een aandeelhoudersovereenkomst geworden."
Drang om te verduurzamen
Een klant hebben is één ding. De keten laten draaien is iets anders. Die begint bij zo'n 1200 boeren en eindigt in het schap. Alles daartussen moet worden voorgefinancierd, want banken lenen niet graag aan een start-up. Bovendien zijn eerlijke noten duurder dan die van de concurrent en geld voor marketing is er nauwelijks. Tony's had de Keuringsdienst van Waarde als startschot. Johnny Cashew moest het zonder doen. Toch gaat hij door. De drang om een keten te verduurzamen kreeg hij bij Tony's, en die raakt hij niet meer kwijt. "Als je het eenmaal onder je huid hebt zitten, dan wil je dat gewoon blijven doen. Dan ga je niet ineens bij Shell of Philip Morris werken."
Beter worden in niets doen
Aan zijn pols draagt hij vaak het horloge van zijn opa, geboren in 1920. Die zat in de Tweede Wereldoorlog lang als krijgsgevangene in een kamp, kwam terug en bouwde een gewoon leven op, met een gezin en een baan. Voor Freek staat het voor ongeremd: "Volhouden, doorgaan tot het wel lukt." Die houding zit in zijn familie, zegt hij. Van zijn opa, via zijn vader, naar hem. "Ik ben vreselijk resultaatgericht en ik hou niet op totdat het geregeld is."
Voorzichtig doen is volgens hem de snelste weg naar mislukken. "Hoe harder je op het gaspedaal gaat staan, hoe meer kans er is dat je het gaat redden." Remmen doet hij weinig. Loslaten nog minder. Tot een goede vriend hem liet zien dat juist de laatste 10 procent niet om kracht vraagt, maar om accepteren wat je niet onder controle hebt. "Dat is een inzicht dat ik heel lang niet heb gehad. Want ik dacht dat je altijd door moest gaan." Hij oefent ermee, maar zijn onrust trekt steeds aan hem. Wat hij het liefst zou leren? "Beter worden in verder niets meer willen." Gewoon op de bank, met een gitaar om een beetje op te pielen.
Wanneer was jij voor het laatst zeven?
Het is een gevoel dat Freek vooral heeft in Afrika. Daar voelt hij maximale vrijheid. “Ooit moesten we een uur lopen vanaf de weg om bij de hut van een cashewboer te komen. Zonder water, zonder elektriciteit, maar daar leeft iemand." Het is een wereld die zo anders is dan wat hij gewend is. “Het geeft me levensenergie. De verwondering en het avontuur dat ik daar voel, is misschien wel vergelijkbaar met een mannetje van zeven.”
Het volledige gesprek met Freek Wessels kun je hier beluisteren.