
Nederland mist basis voor succesvolle datasamenwerking
Nederlandse organisaties hebben een zwakke basis voor samenwerking in data-ecosystemen. Slechts 37 procent heeft een uitgebreide datastrategie voor data-uitwisseling, en ook de technologie-inzet en de gereedheid voor veilige datadeling blijven achter. Dat blijkt uit de Tech Reality Check 2026, een onderzoek van Conclusion onder 1.058 IT-beslissers in vier Europese landen (Nederland, Duitsland, Portugal en Spanje).
Organisaties delen steeds vaker data met partners, leveranciers, concurrenten en andere partijen in hun sector of regio, in zogenoemde data-ecosystemen. Binnen de vier onderzochte landen zijn vrijwel alle organisaties al ergens begonnen met die samenwerking: slechts drie procent heeft nog geen stap gezet. Toch heeft maar veertien procent volwaardige, structurele samenwerking gerealiseerd. De belangrijkste drempel is daarbij niet technisch, maar een kwestie van governance en risicoperceptie: 54 procent van de organisaties wil wel samenwerken in data-ecosystemen, maar durft het niet vanwege zorgen over aansprakelijkheid en controleverlies. Juridische en privacyzorgen zoals de AVG/GDPR vormen de meest genoemde blokkade (51%).
Van alle onderzochte landen heeft Nederland op dit thema de zwakste uitgangspositie. Waar slechts een derde (37%) van de Nederlandse organisaties een uitgebreide strategie voor data-uitwisseling heeft, ligt dat in de andere landen een stuk hoger. In Spanje en Duitsland geldt dit voor 67 procent van de organisaties, in Portugal voor 53 procent. Ook de technologie-inzet is het laagst: AI en machine learning voor dataverwerking worden door 37 procent van de Nederlandse organisaties ingezet, tegenover 64 procent in Duitsland. Daarnaast blijft de gereedheid voor veilige datadeling achter: slechts 35 procent van de Nederlandse respondenten geeft aan hier grotendeels of volledig klaar voor te zijn.
Wie de stap zet, boekt al resultaat
Slechts acht procent van de Nederlandse organisaties heeft structurele samenwerking in data-ecosystemen gerealiseerd. Tegelijkertijd geeft maar zes procent van de Nederlandse respondenten aan geen enkele meetbare verbetering te zien door datasamenwerking. Organisaties die de stap wél zetten, boeken dus ook resultaat. Nederland combineert daarmee een zwakke strategische basis met een voorzichtig positief resultaat zodra organisaties in beweging komen; de uitdaging zit niet in de uitkomst, maar in het zetten van de eerste stap.
Ernout Douqué, CTO bij Conclusion Intelligence: “De cijfers laten een hoopvol patroon zien: organisaties die de stap zetten naar datasamenwerking, boeken ook resultaat. De zwakke Nederlandse uitgangspositie is dus geen reden om af te wachten, maar juist een aansporing om in beweging te komen. De volgende stap is niet nog een extra pilot of los experiment, maar een uitgebreide datastrategie. Met heldere afspraken over eigenaarschap, aansprakelijkheid en standaarden krijgen meer organisaties het vertrouwen om die eerste stap te zetten.”