
Gouden Kalf selectie Digitale Cultuur 2026 bekend
Twaalf producties maken kans op het Gouden Kalf voor Beste Digitale Cultuurproductie 2026 en zijn voor publiek tijdens het Nederlandse Film Festival te zien. In de Storyspace expositie in Bibliotheek Utrecht op de Neude komen uiteenlopende verhalen tot leven die gebruik maken van digitale technieken buiten de grenzen van film en televisie. Voor veel makers is onze relatie tot nieuwe technologieën zoals AI, een belangrijk thema. De rode draad in de tentoonstelling is het gesprek tussen mensen, tussen mens en technologie, en tussen mens en zingeving. Tijdens het festival is Storyspace dagelijks open van 25 september tot en met 1 oktober.
De geselecteerde producties (alfabetisch):
Alterity - Jacco Gardner (UPscaleXR)
Amsterdam 1652 - Nienke Huitenga Broeren (ENTR)
Being Gregor - Camiel Schouwenaar (Happy Ship)
Conversations - Paul Boereboom, Leon Rogissart (Podium Bloos)
Deep Soup - Luna Maurer, Roel Wouters (Studio Biarritz)
Exec.DEUS - URLAND (URLAND, Innovation:Lab, Theater de Maagd)
Graves’ End - Finn Stevenhagen (Finn Stevenhagen)
The Great Orator - Daniel Ernst (The Shoebox Diorama)
INNERVERSE - Arno Coenen (Arno Coenen)
Lesbian Simulator - Iris van der Meule (Studio Biarritz)
Nothing to see here - Celine Daemen (Studio Nergens)
Tracing Colombia - Jan Rothuizen (Docmakers, Zesbaans)
Drie digitale cultuurproducties uit de selectie worden in het eerste weekend van het festival door een vakjury genomineerd. De winnaar van het Gouden Kalf voor Beste Digitale Cultuur 2026 wordt bekendgemaakt op vrijdagavond 2 oktober tijdens het EY Gouden Kalveren Gala.
In de Storyspace expositie zijn de digitale cultuurproducties te zien via VR, apps, immersieve installaties en performances tijdens het festival in Utrecht. Naast deze werken is er ook een productie buiten competitie te ervaren, The Daughters, The Interpreters and The Family van Eliane Esther Bots (DOC Editions). Ook worden de werken vertoond van de derde en laatste lichting van de NFF Fellows: Luna Maurer, Nirit Peled en Matthew C. Wilson.